KIC |
Peter van Buren
Op 31 augustus vertrok vanuit Istanbul de 'Musa Anter Vredestrein', in de vorm van een buskonvooi, naar Diyarbakir in Turks-Kurdistan. De Turkse staat tolereerde dit belangrijke vredes-initiatief niet: met arrestaties, verboden, geweld en provocaties probeerde zij de vredestrein tot stoppen te brengen. Hoewel het konvooi Diyarbakir niet bereikte, slaagden de delegaties van de vredestrein erin om hun wil tot vrede in Turks-Kurdistan tot uitdrukking te brengen. Een verslag.
Op 26 augustus had vanuit Brussel de 'Musa Anter Vredestrein' moeten
vertrekken naar de stad Diyarbakir in Turks-Kurdistan. Het Duitse Appell von
Hannover was initiatiefnemer van dit project. Het Appell, een verbond van Duitse
politici, wetenschappers, vakbondsleden, kerkelijken en mensenrechtenactivisten,
wilde met dit initiatief het belang van een politieke oplossing van de Kurdische
kwestie op een originele wijze onder de aandacht brengen. De organisatoren
verwijzen daarmee ondermeer naar de al veertienjarige durende oorlog in
Turk-Kurdistan.
Met de vredestrein, vernoemd naar de vermoorde Kurdische
schrijver Musa Anter, wilden de organisatoren hun boodschap, samengevat met het
motto 'het is de hoogste tijd voor vrede in Kurdistan', overbrengen aan de
Turkse regering en de Europese regeringen. De deelnemers aan de vredestrein
eisten democratie, naleving van mensenrechten en sociale gerechtigheid voor de
verschilende volken in Turkije. Daarmee samenhangend beoogden ze een begin van
een dialoog ter beëindiging van de oorlog. De mensen van de 'Musa Anter
Vredestrein' wilden hun eis voor vrede en democratie uitdragen door deel te
nemen aan twee vredesfestivals, delegaties af te vaardigen naar Turkse
regeringsinstellingen en persconferenties te houden. Daarnaast hoopten zij op
een reactie van de Turkse staat op dit initiatief; ze wensten dat de Turkse
regering eindelijk werk zou maken van democratisering en een be ëindiging
van de oorlog in Turks-Kurdistan.
De 'Musa Anter Vredestrein' kon rekenen
op een brede belangstelling. Het initiatief werd ondersteund door parlementari ërs
uit verschillende Europese landen en Zuid-Afrika (ANC), wetenschappers en
schrijvers als Haluk Gerger, Harold Pinter en Arthur Miller. Prominente
persoonlijkheden als Desmond Tutu en Jose Ramos Horta onderschreven de actie, de
laatste was zelfs aanwezig in Brussel om de vredestrein uitgeleide te doen.
Daarnaast steunden talloze vredes- en mensenrechtenorganisaties de 'Musa Anter
vredestrein'.
De reactie van de Turkse staat op de vredestrein was
negatief. Ze kondigde aan de trein niet toe te laten tot haar grondgebied en
contact te zullen opnemen met de betrokken Europese landen. Niet de gehele
Turkse parlementaire politiek stond overigens afwijzend tegenover de 'Musa Anter
Vredestrein'. Circa 25 parlementariërs van de ANAP, CHP, RP, DYP en DTP
stonden achter het initiatief.
Contractbreuk
De aanpak van de Turkse regering om de
vredestrein niet te laten rijden, had succes. Op 22 augustus deelde de
leverancier van de trein, de Deutsche Bahn, mee dat zij het contract met het
Appell von Hannover moest opzeggen vanwege twee redenen. Ten eerste zou de
Joegoslavische spoorwegen de trein niet door Joegoslavië willen laten
rijden en ten tweede zou de Duitse douane, in opdracht van de minister van
Binnenlandse Zaken Manfred Kanther, alle niet-Duitse burgers in de vredestrein
de toegang tot Duitsland ontzeggen. De Joegoslavische regering kon, op navraag
van het Appell, het verhaal van de Deutsche Bahn overigens niet bevestigen.
Kanther bleek tot zijn besluit te zijn gekomen omdat er aanwijzingen waren dat
de vredestrein een propagandistische activiteit van de PKK zou zijn. Navraag bij
het ministerie leerde dat deze aanwijzingen bestonden uit het gegeven dat
zogenaamde 'PKK-publikaties' publiciteit voor de vredestrein hadden gemaakt en
dat standjes voor de vredestrein waren georganiseerd door Kurdische verenigingen
of vermeende 'PKK-aanhangers'. Bovendien werd als bezwarende omstandigheid
aangemerkt dat bij de stands geld was ingezameld voor de trein. Het ministerie
van Binnenlandse Zaken kwam echter niet met bewijzen dat de PKK daadwerkelijk
bij de trein was betrokken. Zo waren de betroffen tijdschriften en organisaties
alle legaal. Het was overigens moeilijk vreemd te noemen dat juist Kurden dit
initiatief ondersteunden.
Het besluit van Kanther was uiterst dubieus. Om
buitenlanders op basis van vage aanwijzigingen de toegang tot Duitsland te
ontzeggen en ze en masse te bestempelen tot PKK-aanhangers was ongekend.
Daarnaast gaf Kanther de Turkse staat zo een steuntje in de rug bij haar
repressieve optreden tegen de 'Musa Anter Vredestrein'.
Het Appell von
Hannover tekende dan ook protest aan bij het Europees Parlement en de Europese
Commissie. Talloze andere betrokkenen spraken hun afkeuring uit over de Duitse
handelswijze. Zo stelde de Zwitserse sociaal-democratische parlementariër
Fabienne Blanc dat haar lidmaatschap van het parlement voor Kanther blijkbaar
zoiets is als een 'terroristenpaspoort' en Jose Ramos Horta vergeleek op een
persconferentie in Brussel de onderdrukking van de Kurden met de situatie in
Oost-Timor, waar de westerse regeringen ook vanwege opportunistische
overwegingen net doen of er niets aan de hand is. "Het is deze
'real-politiek' die het de Turkse regering mogelijk maakt om door te gaan."
'Terreurtrein'
Door het verbod van de trein lieten
het Appell von Hannover en de deelnemers van de 'Musa Anter Vredestrein' zich
niet afhouden van hun intentie om op 1 september, de Internationale Dag voor de
Vrede, in Diyarbakir aanwezig te zijn bij een groot vredesfestival. Na een
manifestatie in Brussel op 26 september met 2000 deelnemers en sprekers als Jose
Ramos Horta, de zoon van Musa Anter (Anter Anter) en Imam Gassan Solomon (ANC)
vlogen de deelnemers van de vredestrein massaal naar Istanbul om van daaruit
naar Diyarbakir af te reizen in een konvooi met bussen. Daarnaast zouden circa
25 parlementariërs naar Diyarbakir vliegen om daar deel te nemen aan het
vredesfestival.
Het initiatief tot een vredestrein in een andere vorm
leidde tot nieuwe ontwikkelingen van de kant van de tegenstanders van de trein.
De Nationale Veiligheidsraad besprak op 27 augustus de nieuwe situatie rondom de
'Musa Anter Vredestrein'. De gouverneur van Istanbul en de minister van
Binnenlandse Zaken spraken hun voornemen uit om de bijeenkomsten in Istanbul en
Diyarbakir te verbieden. Daarmee in tegenspraak was de mededeling van de
woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Sermet Atancanli, dat de
deelnemers aan de vredestrein in Turkije niet op problemen zouden stuiten
wanneer zij naar Diyarbakir zouden reizen.
De extreem-nationalistische MHP
(Partij van de Nationalistische Actie) hield diverse persconferenties waarin de
vredestrein werd bestempeld als
"terreurtrein". De MHP eiste van de regering dat ze de
delegatieleden de toegang tot Turkije zou ontzeggen. Mocht de regering daarin
falen, dan zou zij zelf tegenmaatregelen treffen. Zo ver kwam het echter niet.
Ook de partij van Dogu Perincek, de Arbeidspartij (IP), sprak haar afkeuring uit
over de 'Musa Anter Vredestrein'. Volgens Perincek was de trein "Een
nieuwe tegen Turkije gerichte valstrik, opgezet door de imperialistische
westerse machten...De vredestrein is de Sèvres-trein" en
"Deze slangen zouden niet mogen worden toegestaan om in ons land te
komen. Ze moeten worden verdronken in de zee. Ze zijn de afstammelingen van de
kruistochten." (1) Ondanks deze hetzecampagne tegen de 'Musa Anter
Vredestrein' zou er in de media voor Turkse begrippen overwegend positief over
worden bericht.
Protest
De driehonderd delegatieleden uit veertien
Europese landen en Zuid-Afrika die naar Istanbul waren gevlogen, kregen daar een
programma aangeboden dat was georganiseerd door het Turkse organisatiecomitee.
De delegaties bestonden overigens voornamelijk uit politici, vakbondsleden en
vertegenwoordigers van mensenrechtenorganisaties. Zij legden bezoeken af aan
onder andere de Democratie Partij van het Volk (HADEP), de
mensenrechtenvereniging IHD en een organisatie tegen verdwijningen (ICAD).
Tevens werd op 30 augustus door delegaties deelgenomen aan drie
protestbijeenkomsten. De IHD organiseerde een protest tegen de recente gedwongen
sluiting van vier afdelingen van haar organisatie (Urfa, Mardin, Diyarbakir en
Balikesir) en de zaterdagmoeders hielden in het centrum van Istanbul hun
wekelijkse bijeenkomst.
Daarnaast hielden circa vijftig delegatieleden een
picketline voor het Duitse consulaat. Een internationale delegatie sprak met de
Duitse consulaire medewerker, waarbij zij haar onvrede ten uitdrukking bracht
over het Duitse 'verbod'. Deze ambtenaar presteerde het te beweren niets van de
'Musa Anter Vredestrein' af te weten. De delegaties kondigden aan klachten in te
dienen bij het Europese Gerechtshof en te protesteren bij het Europese Parlement
tegen de Duitse maatregel.
Ondertussen vonden er in Diyarbakir
onderhandelingen plaats tussen de organisatie van het Vredesfestival en de
lokale autoriteiten. De autoriteiten stonden afwijzend tegenover de intenties
van de vredesactivisten. Want, zo stelden zij, er is geen oorlog in Diyarbakir
en men zou niet weten waarom al deze mensen zo nodig naar Diyarbakir moesten
komen.
Samenscholingsverbod
Op 31 augustus vond een
uitzwaaimanifestatie voor het buskonvooi plaats in de Istanbulse wijk Kadiköy.
Deze bijeenkomst werd verboden. Ondanks een grote presentie van politie in Kadiköy
en het niet laten rijden van bussen en veerboten richting deze wijk, waren er
30.000 mensen afgekomen op de manifestatie. Aan het eind van deze gebeurtenis
vertrokken zes bussen met delegatieleden, een persbus èn een bus met
vertegenwoordigers van het Turkse organisatiecomitee richting Ankara. (2)
Al vrij snel nadat het konvooi was vertrokken, bleken de Turkse autoriteiten
verschillende maatregelen te hebben getroffen. De stad Diyarbakir werd van de
buitenwereld afgesloten en alle openbare bijeenkomsten werden verboden middels
een samenscholingsverbod. De supergouverneur van het noodtoestandsgebied Necati
Bilican leek zijn opmerking:
"We zullen doorzetten, koste wat het kost", serieus op
te vatten. Italiaanse parlementariërs, Haluk Gerger, de ex-DEP parlementariër
Sirri Sakik en Sedat Yurtdas èn de vrouw, de dochter en de schoonzoon van
Musa Anter, die met het vliegtuig in Diyarbakir aankwamen, werden linea recta
teruggestuurd. De volgende dag zouden onder andere Britse en Noorse parlementariërs
volgen. Kurden van buiten Diyarbakir werden de toegang tot de stad ontzegd.
Duizenden Kurden werden in Diyarbakir en andere steden, waaronder Istanbul,
Tatvan, Van, Igdir, Adana en Mersin, gearresteerd. In Diyarbakir werden circa
7000 mensen aangehouden en opgesloten in een stadion, daarvan kregen 2000 er een
proces-verbaal. Honderden bussen en auto's op weg naar Diyarbakir werden
teruggestuurd. In Diyarbakir werd het kantoor van de HADEP doorzocht en leden
van deze partij opgepakt. Selma Tanrikulu van de HADEP zit momenteel nog steeds
vast, zij wordt waarschijnlijk vervolgd. Ook in andere steden werden
leidinggevende HADEP-leden en vakbondsleden opgepakt.
Verbrande spandoeken
Het buskonvooi werd zowel op de
heen als de terugreis in haar handelen beperkt door intimidaties en gewelddadig
optreden van politie, gendarmerie en leger. De manifestatie in Ankara in het
kader van de 'Vredestrein Musa Anter' werd verboden. Op de heenreis werden
enkele spandoeken, die waren bevestigd op de bussen, door de politie verbrand.
Bij de stad Birecik in de provincie Urfa werden Duitse delegatieleden, die een
grote groep Kurden uit Adana wilden begroeten, door de aanwezige politie met
stroomstokken bewerkt. De delegaties konden uiteindelijk toch allen uitstappen
en de circa 3.000 Kurden die met bussen naar Diyarbakir wilden, begroeten. De
Kurden waren door de politie, het leger en de gendarmerie gestopt en kregen, na
overleg tussen de 'treinorganisatie' en de politie, een vrije aftocht naar
Adana. In Urfa konden de delegatieleden observeren hoe een mensenmenigte, die de
bussen wilde begroeten, met schoten in de lucht en klappen met knuppels van hun
voornemen werd weerhouden. Hierbij vielen minstens drie gewonden.
In Urfa
werd het buskonvooi vastgehouden in een militaire kazerne. De directe aanleiding
daarvoor zou de schietpartij in Urfa zijn. De bussen mochten pas weer vertrekken
na een 'overleg' met de gouverneur van Urfa, waarin werd meegedeeld dat men of
kon doorreizen, waarna uiteindelijk arrestatie zou volgen, of terugkeren. De
gouverneur stelde dat er een verbod lag van de supergouverneur om het konvooi
het noodtoestandsgebied binnen te laten. Na de voortzetting van de reis werd het
konvooi bij Siverek (100 km voor Diyarbakir) definitief gestopt door een
afzetting met pantserwagens en in rijen opgestelde, gewapende militairen en
leden van speciale eenheden. Bij deze gewapende eenheden voegden zich later
dorpswachters van de clan van Sedat Bucak. De dorpswachters vroegen aan de
politie permissie om te mogen optreden tegen het buskonvooi.
Als reactie op
de blokkade bij Siverek werd een persconferentie gegeven, waarin de algemeen
voorzitter van de IHD, Akin Birdal, het optreden van de Turkse staat afkeurde.
Na deze persconferentie reisde het konvooi terug. De delegaties kozen voor de
terugtocht omdat zij vreesden voor een escalatie. De militairen kwamen tamelijk
nerveus over. Het was daarom onduidelijk hoe zij zouden reageren op een langer
verblijf van het konvooi bij de blokkade. Daarnaast bevond het konvooi zich in
een extra onveilig gebied Het betreffende gedeelte van de provincie Urfa staat
namelijk onder controle van de bovengenoemde dorpswachters.
De delegaties
wilden in Urfa met elkaar overleggen over wat men verder zou gaan doen: een
hernieuwde poging, de volgende dag, om Diyarbakir te bereiken of een
persconferentie in Ankara. Het buskonvooi kreeg echter niet de gelegenheid om in
Urfa te stoppen. Gedurende de gehele terugreis werd het konvooi namelijk
stelselmatig belet haar eigen weg te gaan: de politie en gendarmerie had alle
af- en opritten van wegen afgezet en escorteerde het konvooi continu. Stoppen en
uitstappen werd aanvankelijk ook niet getolereerd. Zo liep bij een poging om te
stoppen bij de stad Birecik de bijrijder van de persbus een gebroken sleutelbeen
op, omdat hij journalisten probeerde te beschermen tegen het geweld van de
politie en de gendarmerie. Ook andere reizigers liepen bij dit gewelddadige
optreden verwondingen op. Door deze aanpak van de politie en gendarmerie waren
de delegaties nauwelijks in staat om in contact te komen met de bevolking.
Afgezien van de busreizigers uit Adana bij Birecik is daar dan ook geen sprake
van geweest.
De bussen vervolgden hun reis richting Ankara in de hoop daar
een persconferentie te houden en bezoeken af te leggen bij ambassades. Ook dit
voornemen kon niet tot uitvoering worden gebracht. Bij de afslag Istanbul was de
snelweg naar Ankara geblokkeerd door politie en werden de bussen richting
Istanbul geleid. De reactie van de delegaties was een zitblokkade op de afrit
naar Istanbul. Tegelijkertijd werden de ambassades van de betrokken landen geïnformeerd.
Binnen een half uur waren er vertegenwoordigers van ambassades van Spanje,
Finland, Italië, Duitsland en andere landen. De aanwezigheid van de
consulaire medewerkers bij de blokkade zorgde ervoor dat een gewelddadig
optreden van de politie uitbleef. De delegaties besloten om na een
persconferentie op de afslag door te rijden richting Istanbul. Het Italiaanse
delegatielid Dino Frisullo concludeerde op de persconferentie: "De
weg van de dialoog is met een fascistische staat versperd."
Aan
het einde van de tolweg bij Istanbul werden de bussen naar de kant van de weg
gedirigeerd. Vervolgens werden 13 leden van het Turkse ondersteuningscomitee
gearresteerd, alsmede twee Zwitserse delegatieleden. Bij deze arrestaties vielen
diverse gewonden. Knut Rauchfuss, een Duits lid van de organisatie van de
vredestrein, probeerde te onderhandelen met de politie. Hij werd echter
geconfronteerd met een zelfbewuste politie- commandant: "Jullie
minister van Binnenlandse Zaken Manfred Kanther heeft toch gezegd dat de
deelnemers PKK-terroristen zijn."
Bot geweld
Op 3 september wilden de delegaties een
persconferentie houden over de arrestaties en belemmeringen van de Turkse
overheid in de afgelopen dagen. Deze persconferentie, die 's ochtends had moeten
plaatsvinden in het Pera Palas Hotel, werd door de politie verboden. Een tweede
poging van de delegaties om 's middags de pers in het MIM-Hotel over de
gebeurtenissen te informeren werd ruw verstoord door de politie. Zij arresteerde
de delegatieleden die buiten stonden en drong, nadat zij de ruiten van de
toegangsdeur had vernield, de lobby binnen om daar nog meer leden van delegaties
op te pakken. Totaal werden er 25 mensen gearresteerd. Ook de Britse vice-consul
Neal Frape werd opgepakt en pas na 3 uur vrijgelaten. Deze arrestatie zorgde
voor een scherp protest van de Britse Ambassade tegen de actie van de politie.
Het oppakken verliep zeer bruut. De politie sloeg willekeurig op de mensen in
en vernielde fototoestellen. Een vrouw werd door gebroken glas naar buiten
gesleurd en in een politiebus met haar hoofd tegen een raam geslagen. Het
resultaat was een ernstige beschadiging aan een halswervel. Er vielen acht
gewonden, waaronder drie zwaar. Ook na arrestatie werden mensen mishandeld. Van
belang is dat deze gebeurtenissen verliepen onder de ogen van consulaire
medewerkers van Italië, Duitsland, Spanje en Groot-Brittannië.
De
plaatsvervangend korpschef van politie van Istanbul Mehmet Çaglar deelde
na afloop van de arrestaties in eerste instantie mee dat alle andere aanwezigen
(circa 200) ook waren gearresteerd. Later, na druk van diverse consulaten en
ministeries van Buitenlandse Zaken, deelde hij mee dat iedereen toch vrij was om
te gaan waar men wilde. Echter, als
"iemand de Turkse wet overtreedt, dan zal hij hard worden aangepakt
en worden uitgewezen." Reden voor deze aanpak was dat de deelnemers
van de vredestrein "een veiligheidsrisico vormen voor Turkije."
(Çaglar)
Na afloop van de politie-actie bleken hotelkamers te zijn
doorzocht door politie. Bij minstens één persoon werden documenten
gevonden die door de politie waren achtergelaten en die later reden voor
arrestatie hadden kunnen zijn. Tevens bleken de reserveringen van de
delegatieleden in het MIM-Hotel in rook te zijn opgegaan. Alle delegaties die
daar verbleven, moesten midden in de nacht naar nieuwe hotels op zoek. Onder
andere door bemiddeling van de Duitse consul slaagde men daar gelukkig in.
Verontwaardiging
Op de arrestaties volgde een storm
van protest, met name in Duitsland, waar het merendeel van de gearresteerden
vandaan kwam. De PDS, Bündnis 90/Die Grünen uit Niedersachsen, SPD-
leden, Prison Watch International, de IHD Kurdistan en andere organisaties
lieten hun afkeuring over het Turkse politieoptreden blijken. Ook de indirecte
rol van Manfred Kanther werd bekritiseerd. Zo schrijft Prison Watch: "De
heer Kanther moet zich de beschuldiging laten welgevallen dat hij voor de
brutale aanvallen van de Turkse veiligheidskrachten, waarbij diverse
zwaargewonden zijn gevallen, mede verantwoordelijk is. Met het door hem
uitgevaardigde...inreisverbod...heeft hij de internationale wil tot vrede een
slechte dienst bewezen. Daarnaast heeft hij ertoe bijgedragen dat de Turkse
politie met ongekende brutaliteit heeft opgetreden tegen Westeuropeanen."
Op 4 september werden de achttien gearresteerde delegatieleden voorgeleid bij de
openbare aanklager. Enkelen van hen werd gevraagd of ze banden hadden met de
PKK. Bij een hoorzitting voor de rechtbank op dezelfde dag werd besloten tot
vervolging wegens het organiseren van een niet toegestane persconferentie.
Volgens de Turkse wet moeten buitenlanders daar toestemming voor vragen. De
eerste zitting werd vastgelegd op 11 november aanstaande. Tevens werd besloten
om alle gearresteerde delegatieleden over te dragen aan vreemdelingenpolitie, om
ze uit te laten wijzen. Dat gebeurde dan ook in de daaropvolgende dagen. Met de
uitwijzing van de arrestanten was er voor de andere delegatieleden geen reden
meer om nog langer in Turkije te blijven. De meeste delegatieleden verlieten
Turkije dan ook in dezelfde periode.
Consequenties
Het resultaat van de vredestrein kan,
hoewel het concrete doel, het bereiken van de stad Diyarbakir èn het in
gang zetten van een dialoog tussen de Turkse staat en de Kurdische zijde, niet
werd bereikt, toch als gematigd positief worden beschouwd. De steun voor het
initiatief was breed. Voor het eerst steunden personen als Ramos Horta, Desmond
Tutu en Imam Gassan Solomon een project voor een politieke oplossing van de
Kurdische kwestie. De deelname aan de vredestrein was ook redelijk breed, al
waren er minder Duitse prominenten dan verwacht. De publiciteit in Turkije was,
tegen verwachting, redelijk goed. Daar tegenover stond echter de summiere
belangstelling van de westerse media. Een ander pluspunt was, dat het initiatief
op grote betrokkenheid van de Kurdische bevolking kon rekenen. Deze
betrokkenheid kwam bijvoorbeeld tot uitdrukking in de honderdduizenden Kurden
die op weg zijn gegaan naar het vredesfestival in Diyarbakir.
De houding
van de Turkse overheid heeft gek genoeg ook bijgedragen aan positief effect van
de 'Musa Anter Vredestrein'. De Turkse staat heeft namelijk met het optreden
tegen het initiatief voor de zoveelste keer haar ware, ondemocratische gezicht
laten zien. Het optreden toont aan dat de Turkse staat geen naleving van
mensenrechten voorstaat, noch democratisering van de Turkse samenleving en dat
zij volhardt in een militaire oplossing van de Kurdische kwestie. Door ondermeer
de betrokkenheid van veel parlementariërs, consulaire medewerkers en
prominente persoonlijkheden bij de vredestrein, zal het repressieve optreden van
Turkse staat tegen de trein vrijwel zeker politieke consequenties krijgen.
Uit: Kurdistan nummer 5-97